Verhaal

Mima26

Bekend lid
Forum lid
Mijn vader vertelde ons als kind altijd verzonnen verhalen voor het slapen gaan, in plaats van verhalen voor te lezen uit een boek. Nu is hij sinds kort zijn verhaaltjes aan het opschrijven en de laatste die hij schreef was speciaal voor mij. Ik vond het een bijzonder verhaal, want iedereen die er in voorkomt was speciaal voor mij. En wat zou het fijn zijn als het hierboven echt zo mooi zou zijn.. :)

Ik zou 'm graag met jullie willen delen;



De oude, van kleur verschoten beer, zit tussen de spinnenwebben naar buiten te kijken. Met z’n ene oogje ziet hij hoe de zon langzaam begint te schijnen en de wereld tot leven komt. Ach, hij was terugkijkend best tevreden met het leven zoals het was geweest, want wat was er toch wat met hem geknuffeld. Je kun de vulling door zijn huid heen zien, en als je goed keek kon je aan het stukje vacht bij zijn linker pootje zien dat hij vroeger een frisse, gele kleur had gehad. ‘Ik denk dat ik vroeger best wel duur ben geweest..’ zo mijmerde hij verder. ‘Wie weet komt er ooit wel een dag dat ze zich mij weer herinneren, me oppakken en weer knuffelen.. Ze moeten natuurlijk wel voorzichtig zijn, want mijn ene goede oog zit ook al een beetje los..’
Plotseling voelde hij een windvlaag langs zijn gezicht, en een vriendelijke stem zei; ‘lieve beer, ben je er klaar voor om met mij mee te gaan..?’
De beer probeerde te zien wie er tegen hem praatte, maar hij zag niemand. Opnieuw sprak de vriendelijke stem; ‘probeer maar niet te kijken, je kunt me niet zien. Ik kom je ophalen, het leven hier is teneinde en ik neem je mee naar een andere wereld.’
De beer had dit natuurlijk niet verwacht, en geschrokken antwoordde hij; ‘maar worden ze hier niet heel verdrietig als ik er niet meer ben om met ze te knuffelen..?’
‘Wacht maar even’ sprak de vriendelijke stem. En een frisse wind blies de spinnenwebben van zijn oude gezichtje, zodat hij nu met zijn ene oogje de kamer om zich heen beter kon bekijken.
Hij was in de slaapkamer. Dat wist hij natuurlijk wel, maar dat grote bed herinnerde hij zich niet. Hij wist niet beter dan dat daar een klein grenen ledikant stond, waar hij altijd zo heerlijk tegen zijn baasje aan mocht slapen. Uren konden ze hier liggen, waarbij haar duim zachtjes in zijn zij prikte. Er zat zelfs al een gat in van al dat knuffelen.
Op dat grote bed sprong plotseling met een ‘prrrrrt’ geluidje een grijze kat. Hij hoorde de slaperige stem van zijn baasje; ‘Luna, nog niet..!’.
Plotseling hoorde hij vanonder de lakens een onbekende stem. ‘Ach, laat maar..’. En de spinnende kat werd onder de dekens gelaten.
Toen de beer dit had gezien liep er een traan over zijn wang. De spinnenwebben vielen weer over zijn gezicht, dus niemand kon het zien. Opnieuw sprak de vriendelijke stem; Jouw tijd zit erop. Je hebt het goed gedaan, je mag trots zijn op jezelf..’. De frisse wind blies het traantje van zijn wang weg.
De beer begreep dat er andere tijden waren aangebroken en dat hij ruimte moest maken. Dus zei hij tegen de vriendelijke stem; ‘Ik ga met u mee..’
Een heerlijk gevoel kwam over de beer. Het voelde net alsof hij door een warme hand werd opgetild, en werd meegenomen naar een andere wereld, waar hij nog wel wat kon betekenen.

Met een warm gevoel van geluk werd de beer wakker, en strekte zich uit. Hij keek om zich heen en schrok toch wel een beetje. Hij had zijn eigen vacht weer! Hij had zijn mooie frisse gele kleur en zijn beide oogjes weer terug. Hij rook weer als nieuw en realiseerde zich dat hij als herboren was. De deur van de kamer ging open, en een vrouw met een vriendelijk gezicht en mooie bruine ogen kwam aangelopen tot ze vlakbij de beer was. Ze gaf hem een liefkozende aai over zijn hoofdje. De beer herkende haar vrijwel meteen. Het was oma Bo in haar pyjama. Hij had haar al zó lang niet gezien. De tranen sprongen opnieuw in zijn ogen. Oma Bo pakte hem op en aaide zijn tranen weg. ‘Wat ben ik blij dat je er bent!’ zei ze, en ze gaf de beer een dikke knuffel.
De beer vroeg aan oma Bo waar hij was. ‘Je bent in de bovenwereld..’ vertelde ze. ‘Hier komt iedereen terecht die die in de benedenwereld zijn best heeft gedaan, en voor jou was hier natuurlijk zeker plek!’. Oma Bo glimlachte. ‘Kom, ik ga je voorstellen aan een paar vrienden van mij..’ Ze liep de trap op, over de overloop en deed de deur van een slaapkamer open.
‘Jáááá!’ riep de beer blij, ‘hij staat er nog! De berenboot!’
Samen liepen ze haar het bed, waar een zwart-witte kat hem chagrijnig aankeek. ‘Bo is er ook!’ juichte de beer. ‘Mag ik haar aaien?’
‘Doe maar niet’ zei oma Bo. ‘Je weet hoe ze is…’
Onder de dekens vandaan verscheen het bekende kopje van een cavia, die vroeg of het misschien wat rustiger kon. Ondertussen at het beestje al smakkend een stuk komkommer.
‘Spok!’ riep de beer. ‘Jazeker, hij heeft ook veel goede dingen gedaan in de benedenwereld.’ Zei oma Bo. ‘Hij heeft de mensen geleerd dat niet iedereen gelijk is, en dat je zelfs als je een chagrijnig karakter hebt, waar je niks aan kunt doen, je nog steeds veel liefde kan geven.’ Ze gaf een aaitje over het kruintje van Spok, die al mopperend weer onder de dekens verdween.
Plotseling werd er op de deur geklopt. ‘Kom maar hoor!’ riep oma Bo.
Voorzichtig ging de deur open. Een klein meisje met prachtig rood haar stond de beer aan te staren. ‘Ooooh, hij is er al! Mag ik met hem spelen?’
‘Laat hem eerst maar even bijkomen’ zei oma Bo. ‘Kom er maar even bij liggen. Wel voorzichtig doen, want er liggen hier nog veel dieren te slapen’.
Het meisje met het rode haar ging tegen oma Bo aanliggen en gaf de beer zo’n dikke knuffel dat hij er zelfs een beetje verlegen van werd.

Maandenlang heeft de beer de tijd van zijn leven gehad. Hij heeft heel veel met het meisje gespeeld en bij oma op schoot televisie gekeken. Hij mocht zelfs, zo nu en dan, Bo aaien. Ook met Spok werd hij goede vrienden, vooral als hij een stuk komkommer bij zich had.
En zo zat hij ‘s morgens vroeg in de vensterbank naar buiten te kijken hoe de zon begon te schijnen en de wereld weer tot leven kwam, toen hij een bekende frisse wind voelde komen. De vriendelijke stem begon te praten; ‘Er is iets in de benedenwereld veranderd, en ik mag jou vragen of je mee terug wilt’. De beer schrok en vertelde dat hij het hier juist zo naar zijn zin had.
‘Ik mag jou in de benedenwereld een kijkje laten nemen, wil je dat?’ vroeg de vriendelijke stem.
De frisse wind blies de beer over zijn beide oogjes zodat hij weer even de slaapkamer kon zien die hij zo goed kende. Het grote bed stond er nog, en de kat lag tevreden op het voeteneind te slapen. Maar naast het bed stond een leeg wiegje, en voor het raam, waar de beer zo lang had gezeten, zat zijn baasje hartverscheurend te huilen.
Wat had ze een dikke buik gekregen, en waarom was ze zo verdrietig…?
Opnieuw blies de frisse wind langs zijn ogen, en de beer zat weer bij oma Bo op de vensterbank.
‘Ze krijgen over een paar dagen een kindje, beer..’ zei de vriendelijke stem. ‘Ze zouden zo graag willen dat jij daar ook weer bent…’ De beer kreeg een brok in zijn keel en voelde de hand van oma Bo over zijn hoofdje aaien. ‘Ik zou het maar doen, ze missen jou daar heel erg..’ zei oma Bo. De beer keek om zich heen. Hij zag alle dieren om zich heen zich stuk voor stuk groot houden, maar hij zag de tranen wel in hun oogjes staan. ‘Mag ik dan mijn mooie gele vacht ook houden, beneden?’ Vroeg de beer. ‘Nee..’ antwoordde de vriendelijke stem. ‘Dat kan helaas niet, want dan ben je haar vertrouwde beer niet meer… Maar ik kan je wel een nieuw oogje geven.. Dan heb je in ieder geval je zicht terug. En ik beloof dat wanneer jouw tijd in de benedenwereld erop zit, je weer terug gaat naar oma Bo.
‘Nou, dan denk ik dat ik maar ga…’ zei de beer.
En zo is het gegaan.

Beer mocht nog één nacht met z’n allen bij oma Bo in de berenboot slapen. Zelfs Bo ging al mopperend onder de lakens per ongeluk op Spok liggen, die niet eens terug mopperde.
De volgende ochtend vroeg, maakte de vriendelijke stem de beer wakker, en bracht hem terug naar de benedenwereld.
Nog maar net op tijd, want hij werd wakker in het wiegje naast een kleine baby, die met het duimpje in haar mond de beer naar zich toe trok en voorzichtig tegen het gaatje in de zijkant prikte…

 

Waterman

Bekend lid
Forum lid
Best uitzonderlijk dat een vader zulke mooie verhalen kan bedenken en vertellen tijdens het opgroeien als kind die helemaal passen bij jouw leefwereld.
En dan ook nog zo'n mooi verhaal opgeschreven als laatste voor jou..

Vaders zijn meestal streng en vooral gericht op de logica en de carrière..
Wat dat betreft ben je een bevoorrecht mens dat de jouwe zich richt op het hart van zijn dierbaren..
 

Pendel

moderator
Medewerker
Moderator
Forum lid
Ademloos heb ik dit gelezen, naja, bijna dan. In één woord Prachtig!!!
 
Bovenaan